Menu

Bestaansleegte: recensies

Recensie boek ‘Bestaansleegte’ door Gerard Lohuis (vakblad Sociale Psychiatrie)

Stel, je vader is alcoholist en jij bent een kind van vijf. De vader die geacht wordt jouw liefdevol op te voeden, zodat jij ruimte krijgt om je te ontwikkelen, is een onbetrouwbare man die te weinig regels stelt en onvoldoende veiligheid biedt. Je weet niet beter, en ontwikkelt eigen cognitieve patronen om de ervaren onveiligheid af te wenden.  Het zou zo maar een van de vele voorbeelden  kunnen zijn uit dit boek, waarin Monique de Heij een verband legt tussen de hechting tussen ouder en kind en een gezonde ontwikkeling. De ouder kan, door een empatische houding, een universeel gevoel van hechting bij het kind doen ontwaken. Vanuit een goede hechting is het kind in staat om op de buitenwereld te reageren en kan het zich op een goede manier ontwikkelen op lichamelijk, emotioneel, cognitief en transpersoonlijke gebied.

Transpersoonlijk staat hier voor de manier waarop een volwassene zonder oordeel naar zichzelf kan kijken, zijn eigen gedrag, gevoelens en gedachten kan evalueren, en van hieruit zichzelf kan blijven ontwikkelen. Het kind in bovenstaand voorbeeld heeft  waarschijnlijk de boodschap meegekregen dat het er niet toe doet en allerlei gevoelens die daarmee gepaard gaan worden verdrongen, dan wel omgezet in angst of boosheid. De Heij beschrijft hoe hechting, empathie en morele ontwikkeling met elkaar zijn verweven en de voedingsbodem vormen voor een gezonde ontwikkeling. Wanneer dit niet goed gaat, kan dat gevoelens van bestaansleegte oproepen.

Het woord bestaansleegte is een geweldige vondst en duiding voor een gevoel van vervreemding, waarin iemand het contact met zijn eigen drijfveren of wil kwijt raakt. Bij het omschrijven van persoonlijkheid gaat het hierbij om een gebrek aan identiteit, waardoor er een gebrek aan zelfvertrouwen is ontstaan. “Hij kan hierbij zowel angst voor het leven hebben, als vrees voor de dood”, aldus de auteur. Wanneer de bestaansangst dusdanig groot wordt, kan deze  overgaan in bestaansleegte, waarbij de overlevingsstijlen of copinggedrag niet meer werken en de eigen bezieling wegvalt. Dit is herkenbaar wanneer iemand in de bestaansleegte van een psychose verkeert, maar ook zichtbaar wanneer iemand de controle kwijt raakt en zichzelf gaat snijden.

Een andere belangrijke peiler in de theorie van de Heij, is het begrip oerleegte. Het is een, innerlijke zijnstoestand waarin Zijn en leegte samenvallen en herkenbaar zijn als overgave, bezieling en ongedeeldheid. In de mindfullnes zien we dit terug in een vorm van jezelf ervaren, zonder er een oordeel over te hebben. Je laat als het ware de eigen persoonlijkheid los, komt los van de eigen identiteit. In een psychose is iemand op zoek naar het verloren contact met de oerleegte, een leven zonder zelfgevoel en zonder overlevingsstijl. Iedereen zal het er over eens zijn dat  wanneer ouders op een goede manier ruimte bieden aan het kind om zich te ontwikkelen, dat van groot belang is voor de persoonlijke ontwikkeling. In het eerste deel van het boek beschrijft de auteur de manier waarop hechting zich tussen ouder    en kind voltrekt. Het kind, dat zich in het eerste levensjaar nauwelijks bewust is van een eigen identiteit (het vervloeit als het ware met de ouder), wordt zich langzamerhand bewust van een eigenheid. Langzamerhand gaat het kind zich losmaken van de ouder, hetgeen gepaard gaat met allerlei tegenstrijdige gevoelens.

Wanneer het kind te veel fysieke straf krijgt, kan dat het gevoel geven dat het niet deugt. Incestueus aanraken, kan het gevoel geven van er niet zijn. Hoe meer een kind basisvertrouwen ontwikkelt, hoe beter het later met angst leert om te gaan. Uiteindelijk dient de ontwikkeling op lichamelijk, emotioneel, cognitief en transperoonlijk gebied , de bezieling (ontwikkeling) van iemand te stimuleren. Hierdoor leert iemand zich bewust te zijn van zijn eigen identiteit wat de auteur omschrijft als eigenheid en samenhang in jezelf ervaren. Iemand die zich op een goede manier heeft kunnen ontwikkelen, heeft een juist zelfbeeld en zelfgrenzen gevormd. In de compassietheorie wordt gesteld dat iemand op drie manieren kan reageren: vanuit vechten, vluchten of het omarmen van de gevoelens en met compassie de eigen situatie beoordelen.

Hierna gaat het boek in op diverse vormen van hechting en onderscheidt hierbij vier stijlen: veilig, onveilig-vermijdend, onveilig ambivalent en gedesorganiseerd. Ook het belang van loyaliteit wordt hierbij besproken en komen er overlevingsstijlen aan bod, die bestaan uit verdedigingspatronen. Het zijn patronen die het kind heeft ontwikkeld wanneer het om moet gaan met verwarrende gevoelens. Tussen neus en lippen door meldt de Heij dat de DSM gezien kan worden als een handboek van verdedigingspatronen, zonder daarbij de achtergrond van de ontstaansgeschiedenis van de patronen, en het  verband en de kracht van de overlevingsstijl te belichten. Het zal duidelijk zijn dat de Heij, zonder dat in haar boek expliciet te benoemen, aansluit bij de mechanismen uit de schematherapie en relatiemanagement. Iemand heeft de tijd, veel tijd, nodig om de oude patronen af te leren en nieuwe patronen te ontwikkelen, waarbij het van essentieel belang is om  de vitale kracht van de overlevingsstijl te erkennen. Wanneer iemand leert zien dat het gedrag ontwikkeld is in een ongezonde leefomgeving en zich bewust wordt van de patronen, is het mogelijk een ander zelfgevoel te ontwikkelen. Hier zien we het belang van de parentificering tussen zorgverlener en zorgvrager naar voren komen. De hulpverlener als een soort nieuwe ouder.

Tot slot komt de therapie aan bod, kort en krachtig omschreven als een vorm van samen werken aan samenwerken. De zorgvrager heeft overlevingspatronen waarin een verlangen naar hechting en verbinding zit. Overlevingspatronen die in de plaats zijn gekomen van een zelfgevoel, dat geen kans heeft gehad zich te vormen in de kindertijd. Het zal niet vreemd zijn dat therapie in feite een nieuwe vorm van hechting is en dat hechting een belangrijke plaats inneemt in de therapie.

De Heij heeft het boek geschreven vanuit eigen ervaringen in de kindertijd. Haar moeder werd opgenomen in het psychiatrisch ziekenhuis; de auteur ziet hoe onmenselijk ze behandeld wordt en hoe ze het verdriet in de ogen van haar moeder ziet. Hoe gaat een kind met deze gevoelens om? A.F. Th van der Heijden schreef ooit “iemand is een dichter wanneer al het rottigs dat hij op zijn pad tegenkomt, dat de gruwel van de herinnering in zich herbergt, weet om te smelten tot iets moois”. Dan is dit boek geschreven door een groot dichter, want de Heij heeft haar ervaringen omgezet in een praktijk van integratieve psychotherapie en een verfrissende, uitdagende manier van kijken. Het boek maakt voelbaar en zichtbaar wat er gebeurt wanneer een kind zich niet vanuit een empatische omgeving kan ontwikkelen en patronen ontwikkelt om te overleven. Door het begrip bestaansleegte te introduceren , heeft de schrijfster  voor mij het woord van 2014 bedacht dat een prijs verdient. Het boek is dermate inspirerend dat je het na deze recensie  gelezen wilt hebben. Omdat het hoort bij de verstandelijke ontwikkeling van de hulpverlener en dat leidt volgens de auteur tot bezieling. Waarvan acte!

 

Recensie Liesbethdvs Rijswijk oktober 2017  Bolcom

Het bestaat!

Toen ik dit boek tegenkwam wist ik meteen: dit wil ik hebben. Op een grijze zondagmiddag heb ik het in één keer uitgelezen. Hoe Monique de Heij haar persoonlijke verhaal combineert met ervaringen uit haar eigen praktijk, hoe zij proefondervindelijk is gekomen tot een eigen, diepmenselijke behandelmethode, legt ze allemaal, in duidelijke bewoordingen, uit. Dit boek was tevens de aanleiding voor mij om contact met haar te zoeken, bij haar in therapie te gaan. We zijn nu een aantal jaar verder, het bestaat echt, ik besta. Haar manier van werken ben ik, in mijn jarenlange zoektocht binnen de gezondheidszorg, nooit eerder tegengekomen. Dit boek is niet alleen een aanrader voor mensen die zich onbegrepen en ongezien voelen in therapieland maar ook voor hun therapeuten.

 

Recensie Nanneke Tiel Veghel  april 2016  Bolcom
Verbinding tussen vragers en helpers
Een helder boek waarin duidelijk wordt beschreven hoe er een betere verbinding gelegd kan worden tussen de helper en de vrager. Aan te raden voor de hulpverlening om meer begrip te krijgen voor de bestaansleegte. Met alle respect voor de helper.Vragers zijn zeer gevoelig en hebben niet of onvoldoende leren vertrouwen op hun eigen gevoel en intuïtie. Hoe groter de bestaansleegte, hoe minder vertrouwen in zichzelf. Overlevingspatronen hebben de eigenheid vervangen. Van belang is dat vragers leren wat wil ik, wat vind ik en wat voel ik. Bevestiging is dan nodig bij deze ontwikkeling. Zoals in dit boek duidelijk beschreven wordt, is het dan belangrijk dat de vrager begrip ervaart en bevestigd wordt op zijn pad. Dit boek zorgt er ook voor dat de vrager meer inzicht krijgt in zichzelf, wat eveneens groei betekent.Persoonlijk is dit boek een stukje van mijn heling. Ik werk tevens met kwetsbare mensen en dit boek is een positieve bevestiging van mijn werkwijze.Dank daarvoor.

Recensie Sypke Visser in Keerpunt van december 2014 (periodiek van NVPA)

Monique de Heij is NVPA lid. In de vakgroep Transpersoonlijke Therapie kwam ik met haar in contact en vernam ik dat ze een boek had geschreven met de intrigerende titel ‘Bestaansleegte’, ‘Hoe hechting leegte overwint’. Graag geef ik er hieronder een impressie van.

Aan de hand van haar eigen aangrijpende levenservaringen illustreert Monique op een invoelbare  manier het begrip bestaansleegte. De foto op de voorkant blijkt zeer veelzeggend – een klein kind staat alleen op een weg in het donker terwijl een lichtbundel haar schaduw vooruit werpt over de rest van haar levensweg. Bestaansleegte wordt gekenmerkt door afwezigheid van zelfgevoel en het wegvallen van de overlevings-mechanismen en inspiratie. Het vormt de tegenovergestelde polariteit van de positieve ervaringstoestand die Oerleegte wordt genoemd waarin er juist sprake is van volledig vervuld zijn en optimale veiligheid om daarbij zelf aanwezig te zijn.

Wanneer er voldoende hechting, steun en veiligheid is kan een kind direct, adequaat en autonoom leren voelen. Als dit (duurzaam) ontbreekt kan het zijn gevoelens niet verwerken en worden overlevingspatronen actief. De gevoelens in het heden vallen dan niet meer samen met de gevoelens die niet verwerkt zijn. Op die manier worden de ervaringen van bestaansleegte verhuld. Leven is vervolgens alleen nog mogelijk in de modus overleven. Ook al wordt de persoon volwassen, de kindpositie in de volwassene blijft de niet-verwerkte ervaringen in zich mee dragen. Zodra de overlevingsstrategie niet meer werkt komt de bestaansleegte weer op de voorgrond. Het betreft een ervaringstoestand waarin de persoon het gevoelscontact met de buitenwereld en zichzelf kwijt is. Op treffende wijze ontvouwt Monique de impact die dit heeft. Ze stelt dat ervaren vooraf gaat aan cognitief begrijpen. Tenzij er een veilige hechting ontstaat, kan de bestaansleegte niet worden gedeeld en derhalve niet worden geheeld. Aan het einde van het boek geeft ze aan dat de eerste 2 jaar van haar leven, die veilig verliepen, waarschijnlijk de basis vormden voor het kunnen leren verwerken van de vele en intensieve ervaringen van bestaansleegte die daarna volgden.

Monique biedt met dit boek inzicht in een lastig te verwoorden onderwerp wat een zeer fundamentele rol speelt in diepgaande begeleidingsprocessen. Zij fileert als het ware het begrip bestaansleegte en positioneert het gaandeweg in relatie tot diverse onderwerpen die in een therapeutisch proces van belang zijn. Zij breekt er een lans voor dat in de therapeut-cliëntrelatie (zij noemt dat Helper-Vrager) bij deze problematiek juist wel, maar dan tijdelijk, sprake kan en moet zijn van hechting. Tevens dat het voor het kunnen begeleiden van bestaansleegteproblematiek een vereiste is dat de therapeut zelf gevoelsmatig bekend is met deze ervaringslaag in zichzelf. Dit kan het geval zijn door (het verwerkt hebben van) de eigen socialisatie. Als dit niet het geval is dient de therapeut zich het invoelen in deze emotioneel zeer onaangename materie door supervisie te leren eigen maken. Ze werkt de noodzaak van deze stellingname uit in een zeer inzichtelijk en bruikbaar schema over veilige en onveilige hechtingsstijlen van de Helper en de Vrager en de wisselwerking daarvan op elkaar.  Voor het kunnen aanbevelen aan cliënten is het m.i. van belang dat zij over een zekere mate van inzicht en stabiliteit beschikken. Het lezen van dit boek zou verderop in een begeleidingsproces verhelderend kunnen werken. Ieder hoofdstuk wordt afgesloten met een handig overzicht van Kerngedachten. Een aanrader dit boek!

 

Recensie Charless   augustus 2014  Bolcom

De openheid en tevens de kwetsbaarheid door jezelf zodanig open te stellen ten behoeve van de lezer heeft mij enorm geraakt.
Waar ooit van ons allen je wieg heeft gestaan, de oorsprong van ons leven die bepalend is voor de rest van je ontwikkeling naar de volwassenheid verloopt helaas niet voor iedereen even rooskleurig. De leegte en eenzaamheid die voortreffelijk door Monique zijn beschreven zullen voor veel mensen herkenbaar zijn. Monique geeft vele positieve aanbevelingen dat het mogelijk is uit de leegte te komen wat het leven voor veel mensen weer inhoud gaan geven. De abstractie om leegte te kunnen verwoorden vergen veel invoelend vermogen. Prachtig boek.

 

Recensie GielLuichjes  augustus 2014 Bolcom

Knap geschreven boek over een belangrijk onderwerp

Monique van Heij heeft een prachtig boek geschreven. Als je eenmaal begint, wil je meer lezen. Het is een knap geschreven boek omdat het voor vakgenoten aanknopingspunten biedt om nog vanuit een ander perspectief met compassie naar de cliënt te kijken. Terwijl het heel toegankelijk blijft voor een ieder die het boek oppakt. Een nieuw vocabulaire toegevoegd aan belangrijke aspecten van bestaan. Het boek raakte me diep, doordat het refereert aan een persoonlijke geschiedenis, die met gevoel en zonder sentimentaliteit is weergegeven.

 

Recensie Monkie62   juli 2014 Bolcom

Herkenbaar

Ik moet eerlijk bekennen dat ik je boek nog niet helemaal heb gelezen. Maar kan wel zeggen, dat bij het lezen er maar een woord mijn gevoel voedt: Herkenbaar. En dan niet herkenbaar als in “dit heb ik al eens eerder ergens gelezen”, maar ik ken dit gevoel. In de therapie van 2006 t/m 2008 heb ik een relatie met jou opgebouwd. Een vertrouwensrelatie die mij compleet maakte. Ik kon denken vanuit een veilige “ik”.

 

Recensie Gerrit Sangers De Meern  oktober 2014  Bolcom

De leegte vormgegeven

De leegte is vormgegeven in dit prachtige boek over psychoses en bijna dood ervaringen. En vooral over hechtingsproblematiek. Monique de Heij weet haar lezers te boeien. Merkbaar is dat zij, ervaringsdeskundig en onderlegd als zij is, weet waarover ze schrijft.
Een aanrader voor zorgverleners en zorgzoekenden.

 

Recensie Bestaansleegte123 Almere november 2016 Bolcom

Jammer van het geld

Het boek was mij aangeraden door een therapeut. Als je het boek leest als client met een ‘bestaansleegte’ en je zoekt naar oplossingen dan moet je dit boek niet kopen. Veel tekst over een concept dat veel korter uitgelegd kan worden, zeker als je meer boeken hebt gelezen rond het onderwerp, maar mogelijk dat het voor een hulpverlener die niet bekend is met deze materie waardevol kan zijn. De kaft staat vol met lovende woorden over de persoonlijke ervaringen van de auteur die verwerkt zijn in het boek, maar de bijnadoodservaringen herken ik totaal niet en hebben wat mij betreft niets met het onderwerp te maken.

 

Recensie MarjanJemilah   januari 2014  Bolcom

Een boek met inzicht

Dit boek is voor mensen die willen begrijpen en uitdiepen. Wat ik zo mooi vind, is juist dat de schrijfster uit eigen ervaring spreekt/schrijft en dus weet waar zij het over heeft. Beschreven wordt onder andere de kracht van een overlevingsstrategie. Niet de cliënt alleen als zielig en hulpeloos, maar de kracht van het zoeken naar een bestaanswijze wat tweemaal zoveel energie kost dan als je een overlevingsstrategie niet hebt hoeven ontwikkelen! Daar mag wel respect voor zijn!

 

Recensie Linda   december 2013  Bolcom

Tijdens het lezen van het boek kwam ook mijn eigen kleine kind voorbij. Dan komt bij mij naar boven, dat ik me thuis altijd veilig en gesteund voelde en me toen niet kon voorstellen, dat het in andere gezinnen wellicht minder veilig was. In mijn beleving was mijn veilige situatie iets vanzelfsprekends. Het boek vertelt over onveilige situaties voor het jonge kind. Hoe de hechting met vader en/of moeder verstoord kan raken. En dat er ernstige psychische problemen kunnen ontstaan op latere leeftijd. Ook de schrijver (Monique) heeft kennis gemaakt met deze bestaansleegte. Zij kwam er op haar 21e achter, dat cognitieve gedragstherapie geen afdoende resultaat opleverde. Zij voelde dat er meer nodig was. Een tijdelijke therapeutische hechting om haar bestaansleegte te overbruggen. Het is niet gebruikelijk toentertijd maar ook nu niet, dat een vrager zich hecht aan de therapeut, ook al is dat vanuit zijn/haar kindpositie. Monique heeft vanuit haar eigen ervaringen en vanuit haar ervaringen als therapeut een methode ontwikkeld, die uitgaat van een therapeutische relatie, die met name gericht is op verbinding, gebaseerd op onbaatzuchtig vertrouwen. In het boek noemt zij een aantal voorbeelden, die verduidelijken hoe zij deze methode met succes toepast. Daarbij veroordeelt Monique niet de meer traditionele therapieën, maar vult zij die juist aan met een eigen methodiek. Ik hoop, dat veel hulpverleners dit boek gaan lezen en net als Monique de verbinding met de vrager aan durven gaan. Voor mij als ervaren maatschappelijk werker word ik bevestigd in mijn overtuiging, hoe belangrijk het is de therapeutische trukendoos los te laten en zonder vooroordelen en vanuit werkelijke interesse contact aan te gaan met een hulpvrager.

 

Recensie Jacoba van Egmond, coach,  december 2013  Bolcom

Indringend

Bestaansleegte grijpt aan, omdat Monique de Heij zo treffend weergeeft wat de gevolgen kunnen  zijn van een onveilige hechting op de identiteitsontwikkeling. Door het lezen van dit boek is voor mij voelbaar geworden waar cliënten mee te maken hebben. Zoals Monique het treffend schrijft: het is voor professionals met een veilige hechting van groot belang dat hij kan invoelen wat bestaansleegte is. Een must voor therapeuten, coaches en professionals die cliënten begeleiden met psychische nood.

 

Recensie BirgitdeHeij  november 2013  Bolcom  

Een heldere boodschap

De essentie van dit boek, dat een therapeut verbinding met een hulpvrager mag aangaan om op die manier de cliënt te helpen , is heel helder en duidelijk. De persoonlijke verhalen ondersteunen op een positieve manier dat binding nodig kan zijn om uit een benarde situatie te groeien. Dit boek is geschikt voor zowel therapeuten als mensen die leegte in hun bestaan ervaren. Knap werk.

 

Recensie Martien van Damme, Zierikzee   november 2013 BolCom

Verhelderend door een andere kijk en benadering bij psychische hulp

Hoe een klein meisje de zorg overneemt van haar zieke ouders en daarnaast haar twee zussen tracht op te voeden. In een autobiografische uiteenzetting belicht de auteur haar levensfases en wat ze daarin beleefd /meemaakt en stelt haar keuzes van toen tegenover de hedendaagse manier van benaderen o.a. door de lezer mee te laten kijken in haar huidige manier van werken als psychotherapeut waarin ze de lezer probeert met voorbeelden uit te leggen hoe ze te werk gaat.

 

Recensie Theoman Aalberse december 2013

Ik ben begonnen in je boek. Het is erg goed doordacht en voor mij heel herkenbaar en ook zo waar!  Alles zo goed onder woorden gebracht. Dankjewel. Eén van de onderwerpen dat mij het meest heeft getroffen in je boek, (ik zeg het maar met m’n eigen woorden), is het ontrouw zijn aan jezelf in je kinderjaren. je een gedroomde, gefantaseerde identiteit aanmeten, toe-eigenen. het invullen van de leegte met bedenksels en imitaties in je kindzijn met als voorbeelden andere kinderen (zelfs volwassenen) om je heen. dit is het vormen van een zeer slecht fundament voor je dagelijkse (kind)- bestaan en latere leven vol leugens zelfbedrog en ficties. Het gespeelde leven omdat je mee wilt/moet gaan. Als kind voel je dit doen en laten, praten en zwijgen niet als fout, je ontrouw wordt datgene waar je op vertrouwt. Je hebt geen enkel referentiekader. Het “door de mand vallen” gebeurt later. En daar begint vaak de wanhoop……

 

Boekrecensie van Minerva oktober 2013

De HEIJ, M., Bestaansleegte. Hoe hechting leegte overwint. Delft, Uitg. Eburon, 2013, 193 pp. – ISBN 97890 5972 795 3

Ingrijpende persoonlijke ervaringen met zware psychische problemen hebben Monique de Heij op een eigen manier doen kijken naar psychische stoornissen. Ze spreekt liever over psychische verstoring, een ontregeling van de psyche. Mensen in ernstige psychische nood leveren een zware en dikwijls eenzame strijd met bestaansangst. Daaraan wordt in de psychiatrie en psychotherapie vaak te weinig aandacht gegeven.

In dit boek koppelt de auteur haar eigen ervaringen aan belangrijke inzichten in de ontwikkeling van kinderen. Ze exploreert de verschillende voorwaarden die een kind in staat stellen om zijn bestaan ten diepste zin te geven en wel en wee in het leven het hoofd te bieden. Angst en bestaansleegte zijn in een mensenleven altijd aanwezig. Maar de mate waarin iemand die kan verdragen hangt af van het basisvertrouwen in zichzelf.

Psychische nood ontstaat wanneer iemand als kind te weinig zorg, empathie en verbinding heeft kunnen ervaren. Dan ontbeert het kind veiligheid en vertrouwen en moet het zijn toevlucht nemen tot overlevingsstrategieën. Een veilige hechting, door aansluiting op wat het kind nodig heeft, geeft het daarentegen het gevoel dat het kan en mag bestaan. Dit legt de basis voor vertrouwen en zelfrespect.

De auteur onderscheidt vier aansluitingsvormen die een kind toelaten om een positief zelfbeeld en een identiteit te vormen. Vervolgens onderneemt ze een poging om bewustzijn te definiëren en de ontwikkeling van zelfbewustzijn te vatten. Ze legt verband tussen hechting en loyaliteit. De loyaliteit van een onveilig gehecht kind kan beschouwd worden als een overlevingsstijl. De symptomen zoals in de DSM beschreven zijn in feite verdedigingspatronen, die vertellen hoe een kind overleefd heeft in een onveilige situatie.

Tenslotte verdiept de auteur zich in de betekenis van bestaansleegte, een toestand die vaak niet begrepen wordt. In de bestaansleegte raakt iemand het contact met de buitenwereld en zichzelf kwijt. De eenzaamheid van die toestand wordt veelal niet begrepen en dit maakt de mens nog kwetsbaarder dan hij al is. Dan juist is het cruciaal dat de kindpositie van de hulpvrager zich tijdelijk mag hechten aan de helper of therapeut.

In tegenstelling tot wat Monique de Heij beweert zijn er waarschijnlijk heel wat psychotherapeuten die dit zullen bevestigen. Haar beeld van psychische hulpverlening als oppervlakkig en ongevoelig lijkt mij toch erg ongenuanceerd. Heel zeker staat men vaak machteloos tegenover ondoorgrondelijk psychisch lijden. Dan is het wel erg jammer dat zij de lezer zelf in het ongewisse laat over de wijze waarop zij die veilige hechting in haar eigen psycho-integratieve benadering toepast.

Geregeld benadrukt zij immers hoe belangrijk het is om aan te sluiten op de behoeften van een kind, en, in het geval van een mens in psychische nood, op de kindpositie in de volwassene. Het belang van een veilige hechting voor de ontwikkeling en het psychisch welzijn van mensen kan inderdaad moeilijk onderschat worden. Om dat aan te tonen bewandelt zij echter een onnodig ingewikkeld traject met vage esoterische constructies zoals de Oerleegte en transpersoonlijke aansluiting. Haar suggestie dat psychosen uit hechtingsproblemen voortkomen wordt op geen enkele manier wetenschappelijk ondersteund.

Haar betoog mist samenhang en is lastig te volgen. Het lijkt veeleer een compilatie van ideeën, geïnspireerd door persoonlijke ervaringen en aangevuld met inzichten van anderen, met een onduidelijke functie. Zo haalt ze bijvoorbeeld de archetypen van Jung aan, maar daarmee wordt verder niets gedaan. De samenvatting met de kerngedachten op het einde van ieder hoofdstuk kan dit niet goedmaken, want die bevat niet meer dan losse stukken tekst.

Verder ergerde ik me regelmatig aan de vaagheid en onnauwkeurigheid waarmee met begrippen wordt omgegaan. Voorbeeld op bladzijde 109: ‘Hechting en loyaliteit zijn twee verschillende begrippen maar ze hebben elkaar nodig’. De tekst wordt verder doorlopend ontsierd door slordig taalgebruik, zoals ‘Het beeld gaat voorafgaand aan de gedachte.’ (p. 44). Zinnen zonder werkwoord zijn schering en inslag. Een paar voorbeelden: ‘Niet zozeer angst omdat je bang bent om hem/haar te verliezen, maar meer de angst alleen te zijn. Een angst die het gevoel van ‘houden van’ bedekt of vertekent.’ (p. 106); over de Oerleegte: ‘Op het moment dat we ons niet bewust zijn van ons lichaam. Een rust die je niet als leegte ervaart maar als Zijn in de leegte.’ (p. 65)

Ondanks de rommelige uitwerking heeft Bestaansleegte zeker verdiensten. Het vestigt terecht de aandacht op de existentiële nood van mensen met psychische problemen, waaraan al te vaak wordt voorbijgegaan. Monique de Heij leeft oprecht met hen mee en probeert om hun verwarring en ontreddering onder woorden te brengen. Zo poogt ze het onzegbare zegbaar te maken. Zodoende hoopt ze de hulpverlener de hand te reiken om mensen die verstrikt zijn geraakt in de leegte van het bestaan beter te begrijpen. En mensen die psychisch lijden kunnen in dit boek herkenning en erkenning vinden.

© Minervaria